
Problemen
Voor de slechte financiële resultaten zijn verschillende oorzaken te noemen:
1. Het warmteverlies via het distributienetwerk bedraagt 35%.
2. Hoge onderhoudskosten als gevolg van frequent optredende lekkages in het distributienetwerk.
3. Regelmatig aanpassing van de warmteprijs. Die prijs is gekoppeld aan de aardgasprijs en het aardgasverbruik. In de afgelopen jaren is het gemiddelde rendement van ketels bij particulieren sterk toegenomen. Daardoor is het gasverbruik gedaald en daarmee de warmteprijs. Als gebruiker van stadverwarming betaal je immers nooit meer dan een particulier met een eigen HR-ketel. Dit noemt men het Niet Meer Dan Anders principe (NMDA).
Verbeterplan
Om orde op zaken te stellen is door SVP een verbeterplan opgesteld. De kosten daarvan zijn begroot op 24 miljoen euro. Belangrijke elementen in dat plan zijn het verbeteren van het netwerk en van de bedrijfsvoering. Dat betekent minder storingen en minder warmteverlies.
Voor stadsverwarming in Purmerend is op dit moment geen realistisch alternatief voorhanden. Zo verkeren het toepassen van aardwarmte en het gebruik van de zgn. HRe-ketels nog in een experimenteel stadium. Deze en andere alternatieven vormen nu nog geen oplossing voor toepassing op grote schaal.
Van belang is ook de nieuwe Warmtewet die in de maak is. De uitdaging voor SVP is daar op een creatieve wijze gebruik van te maken.
Het is absoluut nodig dat SVP met spoed opening van zaken geeft over de uitwerking van het verbeterplan opdat duidelijk wordt welke weg zij wil bewandelen om het bedrijf zo snel en effectief mogelijk weer op de rails te krijgen. Het ontbreken van gedegen informatie leidt tot vermoedens en veronderstellingen, die nergens op gebaseerd zijn. Daar moet zo snel mogelijke een eind aan komen.
Eisen van het CDA
Het CDA vindt dat de uiteindelijke oplossing moet leiden tot leveringszekerheid van warmte voor de Purmerender, duurzaamheid en een financieel gezonde bedrijfsvoering. Het CDA sluit niet uit dat vergaande maatregelen nodig zijn om dit te realiseren, zoals (gedeeltelijke) vervanging van het leidingennet en het inzetten van andere vormen van duurzame energie.