STAAN VOOR DE STAD CDA Gouda 2010 – 2014
Gouda; Samen naar een Veilige en Duurzame stad
Verkiezingsprogramma CDA Gouda 2010-2014
Dit programma is vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van 5 november 2009.
]
Waar het CDA voor staat
Het Christen Democratisch Appèl (CDA) is een brede volkspartij en de grootste landelijke politieke vereniging. Daardoor is het CDA diep geworteld in de Nederlandse samenleving. Het CDA richt zich tot de gehele Nederlandse bevolking en acht de waarden van onze democratische rechtsstaat hoog.
De christen-democratie hanteert de Bijbelse boodschap als grondslag en inspiratiebron bij het zoeken naar nieuwe antwoorden op maatschappelijke vraagstukken van vandaag en morgen. Een voortdurende confrontatie tussen grondslag en politiek handelen is kenmerkend voor onze beweging.
Christen-democratisch mensbeeld
In de christen-democratische maatschappijvisie gaat het om de menselijke maat; de mens staat centraal. Ieder mens telt, omdat elk individu uniek is. Menselijke waarden als persoonlijke integriteit en waardigheid, respect, geluk, zorg voor en trouw aan elkaar, veiligheid en geborgenheid, staan voorop. Het CDA vindt dat mensen in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor het eigen handelen en de keuzes die zij in hun leven maken. De christen-democratie doet een appèl op de mens, die verantwoordelijkheid toekomt én dient te nemen voor zichzelf en voor de medemens (verantwoordelijke burger).
De samenleving is geen optelsom van individuen, maar bestaat uit een bonte verzameling van intermenselijke relaties, verbanden, organisaties en gemeenschappen. Het CDA vindt de eigen verantwoordelijkheid en pluriformiteit van gemeenschappen erg belangrijk. Dat geldt zeker in een tijd waarin de wereld snel verandert en vertrouwde kaders en bindingen zijn vervaagd of weggevallen.
Uitgangspunten
Leden van het CDA, christen-democratische gemeenteraadsleden en bestuurders, laten zich bij hun handelen inspireren door de uitgangspunten die zijn verwoord in het Program van Uitgangspunten van het CDA. Het gaat daarbij om de volgende vier uitgangspunten:
1. Gerechtigheid: de opdracht van de overheid om omstandigheden te scheppen waaronder mensen en hun maatschappelijke verbanden verantwoordelijkheid kunnen nemen, door:
• normen te stellen en de rechtsorde te handhaven. De overheid heeft als taak verschillende en mogelijk botsende gerechtvaardigde belangen te harmoniseren naar de maatstaf van het recht. Daarnaast is de overheid bij haar handelen uiteraard ook gebonden aan het recht;
• waarborgen te scheppen waaronder burgers en hun verbanden zoveel mogelijk zelf de gevolgen van hun handelen voor de naaste en voor het natuurlijk leefmilieu in hun gedrag betrekken;
• aanspraken te honoreren en een elementair bestaansniveau te garanderen waarbinnen burgers en hun verbanden hun verantwoordelijkheden kunnen waarmaken.
2. Gespreide verantwoordelijkheid: het CDA wil een inrichting van de samenleving waarin mensen zorg dragen voor elkaar. Mensen en hun maatschappelijke organisaties moeten zich naar hun aard en bestemming kunnen ontplooien. Dat vraagt van de overheid dat zij het bestaansrecht van de verschillende verbanden en gemeenschappen in de samenleving erkent en hun de ruimte geeft die zij daarvoor nodig hebben (‘soevereiniteit in eigen kring’). De overheid zal mensen moeten stimuleren en toerusten tot het dragen van verantwoordelijkheid. Als overheidstaken adequaat, gemeten naar de maatstaf van de publieke gerechtigheid, op een niveau zo dicht mogelijk bij de burger kunnen worden behartigd, heeft dat duidelijk de voorkeur (subsidiariteit).
3. Solidariteit: solidariteit laat zien dat mensen boodschap hebben aan elkaar. Van de sterken mogen offers gevraagd worden voor de zorg ten behoeve van de zwakken. De overheid garandeert de vloeren in de sociale zekerheid en roept burgers en maatschappelijke organisaties op ook hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Op het lokale niveau maakt het CDA zich vanuit dit uitgangspunt sterk voor de vrijheid van onderwijs, de zorg voor bestaanszekerheid van mensen, de sociale zekerheid en voorzieningen, de volksgezondheid, het leefmilieu en de volkshuisvesting, de maatschappelijke en culturele ontplooiing.
4. Rentmeesterschap: mensen moeten zorgvuldig omgaan met de omgeving. Rentmeesterschap duidt op verantwoordelijkheid van mensen en van de overheid voor het bewaren, beheren en verantwoord bewerken van de schepping, van het natuurlijk leefmilieu en al zijn bewoners, zowel voor de huidige als voor toekomstige generaties.
Het CDA in Gouda draagt verantwoordelijkheid
Het CDA zet zich in, zowel in de raad als in het college voor een betrouwbaar, integer en dienstbaar bestuur. Een bestuur dat de problemen waarmee Gouda kampt aanpakt, zoals de criminaliteit, en dat optimaal diensten verleent aan de burgers van onze mooie stad.
Het CDA is er van doordrongen van het economisch tij waarin de wereld en onze stad zich op het moment van deze gemeenteraadsverkiezingen bevindt. De economische situatie vraagt om alertheid, degelijkheid en realiteitszin. Vanuit onze overtuiging van goed rentmeesterschap willen we de stad ook in financiële zin goed op orde houden. Het CDA wil kansen (laten) creëren voor nieuwe initiatieven en daarbij niet op voorhand belemmeringen opgeworpen zien.
Dit programma behandelt 5 thema’s
1. Aantrekkelijk Gouda
2. Veiligheid, Respect en Verantwoordelijkheid
3. Meedoen waar mogelijk, zorg waar nodig
4. Duurzaam wonen en Leven
5. CDA Solide en Betrouwbaar
Deze vijf thema’s vormen één geheel. Om Gouda een aantrekkelijke stad te laten zijn is het nodig veiligheid in de stad te waarborgen, op basis van respect en verantwoordelijkheid naar elkaar. Dit wordt bereikt door er voor te zorgen dat iedereen in de samenleving meedoet en kan meedoen. Het CDA vindt dat de gemeente hierbij een betrouwbare partner moet zijn, die zuinig met de middelen omgaat en zorgt voor handhaving van voldoende weerstandsvermogen.
Thema 1. Aantrekkelijk Gouda
Gouda is een prachtige stad. Het CDA wil dat het er voor iedereen goed toeven is: voor inwoners, ondernemers, werknemers en toeristen! Gouda moet een stad zijn waar mensen plezierig wonen en leven. Een stad die de juiste randvoorwaarden creëert voor economische ontwikkeling. Een stad met aantrekkingkracht op bedrijven en hun werknemers. Een stad die toeristen aantrekt en het toeristen naar hun zin maakt tijdens hun verblijf. Het spreekt voor zich dat het CDA er alles aan doet wat mogelijk is voor het lokaal bestuur om voor de mensen die in Gouda wonen, leven en werken een aantrekkelijke stad te behouden en te creëren Het imago op het gebied van veiligheid moet worden gecorrigeerd. Het sterke imago van de Goudse historische binnenstad, historische verbondenheid met Goudse Kaas, kaarsen, stroopwafels en de zogenoemde Goudse Glazen een sterk imago, moet met veel energie versterkt en uitgedragen worden!
Keuzes aantrekkelijk Gouda
Het CDA kiest voor:
1. stadmarketing/city branding verder uitbouwen in samenwerking met de VVV, ondernemers, Kamer van Koophandel en andere relevante organisaties. Dit is belangrijk voor eigen inwoners van onze stad, voor de ondernemers, de werknemers en de toeristen.
2. het promoten van Goudse kaas in de EU;
3. partnerships in het Groene Hart, zodat het marketingthema ‘Gouda als cultuurhistorische poort naar het Groene Hart’ in samenwerking met omliggende gemeenten en andere partners kan worden uitgebouwd;
4. meer promotie op internet, meer nationale en internationale publicaties;
5. het ondersteunen van initiatieven van bedrijven, particulieren en instellingen die aansluiten op de stadsmarketing van Gouda en bijdragen aan de versterking van de cultuurhistorische beleving. Bijvoorbeeld door het openen van een ideeënbus, het uitschrijven van een prijsvraag of het instellen van een Gouda Award;
6. aansprekende evenementen die met zo min mogelijke regelgeving kunnen worden georganiseerd. Door evenementen wordt de cultuurhistorische meerwaarde van Gouda meer beleefd;
7. het bieden van mogelijkheden om terrassen langs singels en de Veerstal en de IJsselkade te creëren wanneer elders in de binnenstad de parkeergelegenheid is toegenomen (Bolwerk). In dit kader wordt onderzocht of de Veerstal een verkeersluwe invulling kan krijgen, zodat IJsselkade en Veerstal “het balkon van de stad” worden;
8. het verbeteren van de routing voor bussen met bezoekers, met een passende uitstapplaats en een goede parkeerplek met faciliteiten voor chauffeurs;
9. het permanent bevaarbaar maken van de waterwegen in de stad. Verder dient het permanent afmeren van historische boten aan de kades (onder andere bij het Binnenhavenmuseum) bevorderd te worden.
10. het uitbreiden van recreatiemogelijkheden in de waterwegen van Gouda, door de aanleg van steigers te bevorderen en douchevoorzieningen te maken nabij het Bolwerk voor de boten die Gouda aandoen. Gouda is een populaire ligplaats voor bezoekende boten, mede door de lage ligkosten. Om dit verblijf aantrekkelijker te maken en te verlengen zijn meer douche-, toilet- en elektriciteitsvoorzieningen nodig;
11. het cultureel erfgoed van Gouda beter te benutten. Kerken niet afbreken maar een nieuwe functie geven als ze niet meer als godshuis dienst doen.
12. een goede spreiding van evenementen, onderscheiden naar: uitstraling, doelgroepen, spreiding in het jaar en locatie. Als een evenement voldoet aan de voorwaarden om een sterevenement te zijn, wil het CDA zo’n evenement steunen.
Sport, cultuur en recreatie
Naast aantrekkelijk om in te wonen en te leven (zoals in hoofdstuk vier wordt beschreven), is een aantrekkelijke stad ook een stad waar ruimte is voor sport, cultuur en recreatie. Hierbij zijn voorzieningen voor sport en cultuur van groot belang.
Sport draagt bij aan identiteit, het gevoel van saamhorigheid en trots. Sport voor alle leeftijden houdt mensen gezond en zorgt ervoor dat op school, op het werk en in het maatschappelijk leven beter kan worden meegedaan.
Cultuur verbindt mensen. Cultuuruitingen geven mensen identiteit. Kennis nemen van elkaars culturen kan groepen mensen dichterbij elkaar brengen. Professionele en amateuristische kunstenaars (schrijvende, beeldende, acterende, musicerende etc.) hebben een antenne voor maatschappelijke ontwikkelingen, die anders gericht is dan die van beleidsmakers en bestuurders. Het CDA staat voor een overheid die kunst en cultuur laat bloeien, de kwaliteit verhoogt en zorgt voor spreiding en toegankelijkheid.
Het CDA kiest voor:
1. sport voor alle Gouwenaars van jong tot oud, door een evenwichtige spreiding van verenigingen en voorzieningen;
2. één kwalitatief hoogwaardig zwembad. Door de keuze voor één hoogwaardig zwembad krijgt Gouda de beschikking over een modern zwembad dat voldoet aan alle eisen voor sportbeoefening. Het totale voorzieningenniveau gaat hierdoor omhoog. De hoge onderhoudskosten van de zwembaden is het in stand houden van meerdere zwembaden helaas een te kostbare zaak;
3. kiest voor het uitbreiden van de mogelijkheden en aandacht voor sporters met een beperking. Zo mogelijk door het organiseren van toernooien in samenwerking met belangenbehartigers;
4. het aantrekkelijk maken voor topsporters om in Gouda te wonen en binnen de bestaande voorzieningen te trainen;
5. het ondersteunen van initiatieven voor het tot stand komen van een multifunctioneel sportcentrum;
6. voldoende gymzalen om het sportonderwijs te stimuleren;
7. een sporthal in Westergouwe;
8. toegankelijkheid van alle evenementen, activiteiten, clubs, voorzieningen en gebouwen op het gebied van vrijetijdsbesteding voor mensen met een beperking;
9. het vergroten van de toegankelijkheid van de culturele voorzieningen voor mensen met de laagste inkomens;
10. passende huisvesting voor culturele voorzieningen in Gouda. In het bijzonder geldt dit voor Kunstpunt Gouda (fusie van Werkschuit en muziekschool), dat zich kan ontwikkelen tot een cultureel centrum, en voor het Filmhuis. Hierbij wordt in eerste instantie gekeken naar bestaande panden;
11. het aansluiten op initiatieven van buurgemeenten als het gaat om het versterken van de recreatiemogelijkheden aan de randen van Gouda. Te denken valt aan fiets- wandel- en vaarroutes;
12. de omvorming van de Oostpolder tot een waterrijk landschapspark. Als Westergouwe en de Zuidplaspolder zijn ontwikkeld speelt de Oostpolder een cruciale rol als groengebied met recreatieve waarde.
Aantrekkelijk voor ondernemers en werknemers
Gouda heeft een unieke geografische ligging, die vestiging van bedrijven in Gouda aantrekkelijk maakt. Gouda ligt bij een knooppunt van weg, water en spoor. Gouda heeft ook goed openbaar vervoer en een intercitystation. Gouda heeft de mogelijkheden om een centrumfunctie te vervullen in de regio, maar moet die kans dan wel grijpen.
Het CDA kiest voor:
1. het flexibel meedenken met ondernemers. Zeker in tijden van economische recessie hebben ondernemers een gemeente nodig, die flexibel met hen meedenkt en -doet. Dat betekent dat de gemeente het dienen in haar dienstverlening centraal stelt, dat de bereikbaarheid en parkeermogelijkheden verbeteren, dat er voldoende beschikbare bedrijfsruimten zijn en dat het arbeidsmarkt- en startersbeleid wordt voortgezet en de kwaliteit daarvan verder wordt verhoogd;
2. het stimuleren van ondernemerschap door lokale netwerken te ondersteunen en er nauw mee samen te werken;
3. het delen van kennis en ervaring. Zodat het noodzakelijke begrip tussen ambtenaren en ondernemers over de praktische uitwerking van wet- en regelgeving groeit;
4. het bevorderen van Publiekprivate samenwerking bij grote projecten. Ook in tijden van economische recessie kunnen bedrijven en overheid meer van de grond krijgen wanneer ze als zakenpartners samenwerken. Het CDA wil combiprojecten zoals in Bloemendaal, het Olivier van Noort gebouw (Medisch Spectrum) promoten;
5. een voortvarende aanpak van het stationsgebied met ruimte voor grotere winkelpanden in combinatie met een aantrekkelijke looproute naar de Kleiweg;
6. het verbeteren van de uitstraling van de binnenstad, zodat het centrum het visitekaartje van de stad is. Het winkelaanbod is te beperkt om mensen uit de regio aan te trekken en moet dus worden uitgebreid (zie vorig punt). Het parkeerbeleid moet verbeterd (zie hoofdstuk vier) en het gebied moet schoner en netter!;
7. het vergroten van de levendigheid in het centrum. Het CDA wil de leegstand van woningen boven de winkels in de komende raadsperiode minimaal halveren, waardoor het beeld van de binnenstad verlevendigt. De evaluatie van 2004 van het wonen boven winkels moet worden geactualiseerd. Onderzocht moet worden of bedrijfsmatige aanpak (verkoop van de ruimte boven winkels aan een ontwikkelaar) mogelijk en wenselijk is;
8. voortzetting van het ondernemersfonds en wil verdere uitgroei stimuleren. Daarbij is essentieel dat de ondernemers de gelden in hun eigen gebied kunnen investeren en dat ze de investeringen in eigen hand hebben. Door het wegnemen van de belemmeringen die zij tegenkomen, zoals voor de apart gelegen winkels/bedrijven, die uiteraard ook meebetalen, maar weinig of geen revenu hebben van de gezamenlijke investeringen;
9. het zodanig onderhouden van openbare ruimte dat het bedrijfsleven hierin kan floreren. Samen met het bedrijfsleven werkt de gemeente aan een openbare ruimte die schoon, heel en veilig is;
10. het stimuleren van bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen wanneer zij zich richten op duurzaam ruimtegebruik, duurzame mobiliteit en het tegengaan van milieubelasting. De gemeente ondersteunt bedrijven die hierin een actieve rol vervullen en stimuleert praktische oplossingen. Gemeentelijke eisen ten aanzien van maatschappelijk verantwoord ondernemen, moeten door de gemeente vertaald worden in concrete acties naar leveranciers van de gemeente;
11. het aansluiten van tijden en locaties van kinderopvang en brede school. Kinderen kunnen zich dan gemakkelijker cultureel, sportief en sociaal ontwikkelen en ouders kunnen werk en zorg beter combineren.
Thema 2: Veiligheid, Respect en Verantwoordelijkheid
Veiligheid is een basisbehoefte. Zonder een veilige woonomgeving zijn alle overige inspanningen zinloos. De zorg voor veiligheid van burgers en een effectieve bestrijding van criminaliteit is een kerntaak van de overheid. Voorkomen, opsporen, vervolgen en bestraffen van criminaliteit is voor het CDA een praktische vertaling van één van onze belangrijkste principes: de gerechtigheid.
Deze tijd vraagt in Gouda meer dan ooit om handhaving en een overheid die krachtig de normen in onze stad verdedigt. Om een actief veiligheidsbeleid voor alle leeftijdsgroepen met heldere communicatie over de sancties.
De basis van een veilige leefomgeving wordt mede gelegd in het gezin. Ouders hebben een zeer belangrijke rol in het voorkomen van crimineel gedrag bij jongeren. Zij zijn het die in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van hun kinderen en het aanleren van normen en waarden. De overheid heeft een faciliterende rol in het ondersteunen van gezinnen, daar waar nodig. Jeugdcriminaliteit en -overlast moet worden aangepast aangepakt. Het bieden van opvoedingsondersteuning aan ouders en het stimuleren dat jongeren aan het werk gaan is daarbij essentieel. De keten in het jeugdbeleid en de afstemming tussen het Veiligheidshuis en het centrum voor Jeugd en Gezin dient verder te worden versterkt. De beste preventie is het ondersteunen van meedoen in de samenleving. Slachtoffers van agressie en overlast, door wie en in welke vorm dan ook moeten weten dat zij niet alleen staan. Overigens worden niet alleen de directe slachtoffers geraakt door ontspoord gedrag. De Goudse samenleving als geheel wordt geweld aangedaan. Het CDA staat voor een overheid die ondubbelzinnig laat weten dat dergelijk gedrag in Gouda niet wordt getolereerd. Slachtoffers verdienen erkenning en steun, daders verdienen straf. Het profiel van de stad vergt een actieve houding bij negatieve berichten, naast woorden zichtbare reacties
CDA Gouda wil daarom voortbouwen op het hoopvolle begin dat een aantal jaar geleden in onze stad werd gemaakt met de “Gouden Stadsregels”. Deze regels maakten duidelijk dat een veilige en respectvolle samenleving niet een zaak is van alleen de overheid. Iedereen moet daaraan bijdragen. Regelmatig blijken mensen zich niet aan deze en andere regels te houden. Voor iedereen moet duidelijk zijn dat dit in Gouda niet getolereerd wordt.
Behalve snel en resoluut ingrijpen, moeten we ook kijken hoe we wangedrag kunnen voorkomen. Achterliggende sociale problematiek moet opgelost worden. Iedereen moet in staat gesteld worden om zijn/haar eigen verantwoordelijkheid te nemen. De kansen die men aangeboden krijgt om mee te doen in de samenleving zijn overigens niet vrijblijvend. Mensen die zich aan hun verantwoordelijkheid onttrekken moeten dicht op de huid gezeten worden. Een leefbare stad kan niet door de overheid alleen gerealiseerd worden, die maken we met elkaar!
Veiligheid
Het CDA kiest voor:
1. het terugbrengen van veiligheid in de woonomgeving als topprioriteit voor Gouda. De burgemeester maakt harde afspraken in de driehoek (burgemeester, politie, justitie) en hij rapporteert hierover aan de gemeenteraad;
2. investeren in toezicht. Bij de verantwoordelijke instanties (het Rijk, en de regiopolitie) moet permanent en met klem een beroep gedaan worden op meer blauw op straat;
3. slim toezicht door de gecombineerde inzet van politie, stadswacht, “sprekende camera’s”, goede communicatiemiddelen en waar mogelijk versterkt door burgertoezicht, burgervaders en streetcoaches. Het CDA wil dat het aantal plaatsen met cameratoezicht wordt uitgebreid. De eerste successen in de Binnenstad en in Gouda-Oost, waar overlastplegers konden worden opgepakt op basis van cameratoezicht, maakt duidelijk dat camera’s een bruikbare aanvulling zijn op de bestaande mogelijkheden voor handhaving en bestrijding van overlast. Het CDA wil in ieder geval camera’s rond winkelcentrum Goverwelle;
4. aanpakken van de jeugdcriminaliteit en overlast. Daarbij horen ook maatregelen voor 12-minners. De keten in het jeugdbeleid en de afstemming tussen het Veiligheidshuis en het centrum voor Jeugd en Gezin moet worden versterkt. De beste preventie is meedoen in de samenleving. Het CDA wil ouders aanspreken bij spijbelgedrag en overlast, en waar nodig opvoedingsondersteuning aanbieden. Jongeren die door spijbelgedrag geen diploma halen, krijgen geen uitkering en gaan in de work first aanpak aan het werk. Het CDA wil ook scholen zelf aansporen tot het melden van schoolverzuim. Door samenwerking van scholen en andere instanties moet voorkomen worden dat jongeren uit beeld raken;
5. Het CDA wil effectieve bestrijding van overlast door jongeren. Asociaal gedrag dient bestreden te worden. Om politie hiervoor meer mogelijkheden in handen te geven wil het CDA een alcohol-, soft- en harddrugsverbod in de openbare ruimte. Op basis van dit verbod kan de politie makkelijker ingrijpen bij hinderlijk gedrag. Bij echte wetsovertredingen dient bestaande wettelijke ruimte voor bestraffing maximaal benut te worden. Hierbij denkt het CDA bijvoorbeeld aan het opleggen van taakstraffen die in de eigen wijk of sociale context uitgevoerd moeten worden. Hiermee wordt geappelleerd aan een gevoel voor schaamte en wordt gebruik gemaakt van bestaande sociale structuren. Ouders dienen te worden aangesproken op het gedrag van hun kinderen en eventuele schade zal op ouders verhaald moeten worden;
6. het bevorderen van verplichte opvoedingsondersteuning en de inzet van gezinsmanagers bij probleemgezinnen;
7. het gericht inzetten van samenscholing- en gebiedsverboden;
8. het krachtig doorzetten van het beleid gericht op bestrijding van overlast door softdrugsgebruik. Dit betekent het weghouden van coffeeshops uit de buurt van scholen en plaatsen waar veel jongeren kunnen samenkomen. Er wordt onderzocht of een pasjessysteem voor coffeeshops wenselijk is. Toezien op actieve naleving van de voorschriften voor coffeeshops (leeftijdsgrens en alcoholverbod). Op termijn streeft het CDA ernaar geen coffeeshops meer toe te staan.
9. het meewegen van de veiligheid van de woonomgeving bij elke voor de woonomgeving ingrijpende beslissing; inzet veiligheidseffectenrapportage kan (met terughoudendheid in verband met de gemoeide kosten) toegepast worden.
10. het beschikbaar stellen van de veiligheidsgegevens op wijkniveau via internet. Een overzicht van de toepasbare regels dient daarvan deel uit te maken;
11. het voorkomen van terugval bij overtredingen en misdrijven. Na oppakken en aanpakken moet voorkomen worden dat bij terugkeer in de maatschappij mensen in dezelfde fouten vervallen. De gemeente zorgt via het veiligheidshuis voor een goede afstemming met de reclassering;
12. het ontnemen van statussymbolen van (jonge) criminelen door de inzet van de Dienst Werk Inkomen en Zorg en de Belastingdienst te combineren met de strafrechtelijke aanpak; bij criminele volwassenen en organisaties een actieve benutting van de mogelijkheden in de Pluk-ze wet.
13. het voortvarend oppakken van de mogelijkheden van de nieuwe wetgeving om als gemeente boetes uit te schrijven. De dienst Stadstoezicht en Cyclus dienen met behulp van deze bevoegdheid op te treden tegen de vele vormen van overlast die mensen in hun directe woonomgeving ervaren, zoals daar zijn: vernielingen, vervuiling, hondenpoep en diverse kleine wetsovertredingen; loslopende honden niet toestaan om zo het actief recreëren niet te belemmeren.
14. het gericht uitvoering geven aan de wet die het mogelijk maakt de betrouwbaarheid van aanvragers/houders voor een vergunning vooraf na te gaan (Wet Bibob). Deze werkwijze moet toegepast worden in situaties waar sprake is van overlast. Verder standaard in de subsidieverordening een zinsnede over de Wet Bibob opnemen, zodat het intrekken en weigeren van subsidies is toegestaan;
15. het maken van afspraken door de gemeente met woningcorporaties waarin vastgelegd wordt hoe omgegaan wordt met veiligheid, handhaving en voorkomen van overlast bij kleinschalige woon- en opvangprojecten in woonwijken. In deze prestatieafspraken met woningcorporaties worden ook afspraken gemaakt over spreiding van deze initiatieven over de stad en een meldingsplicht bij nieuwe vestigingen;
16. meer aandacht voor slachtoffers, door een overheid die publiekelijk laat weten dat zij niet alleen staan. De burgemeester heeft in zijn rol als ‘burgervader’ een speciale verantwoordelijkheid.
17. het stimuleren van deskundigheidsbevordering bij crisis- en hulpverleningsdiensten in de Veiligheidsregio. De gemeente waakt ervoor dat dit niet ten koste gaat van de inzet van vrijwilligers (in het bijzonder de vrijwillige brandweer). Een veilige stad is ook een stad waar de brandweer en rampenbestrijding goed op orde is.
Respect en Verantwoordelijkheid
Het CDA wil, naast grote aandacht voor veiligheid en handhaving door de overheid, dat alle burgers met respect voor elkaar meedoen en meebouwen aan onze samenleving. Zie ook thema 2, maatschappelijk middenveld en wijkaanpak en thema 2, vrijwilligers. Daarbij doet de overheid wat zij moet doen: écht luisteren naar de burger als wijkbewoner, ondernemer, werknemer, scholier of vrijwilliger. Burgers moeten serieus genomen worden in die rol en verdienen een overheid die haar verantwoordelijkheid neemt: het scheppen en bewaken van een veilig leef- en woonklimaat, het steunen van de burger die wel actief een bijdrage levert aan onze mooie stad. Mensen en groepen die in hun eigen omgeving, hùn werk, hùn buurt, hùn vereniging, de kerk of op internetfora samenbindende en opbouwende initiatieven ontplooien, belichamen volluit het christendemocratisch gedachtegoed!
Het CDA kiest voor:
1. het uitdragen van de Goudse stadsregels met hernieuwde energie. Inbedding van de regels in de samenleving is een zaak van lange adem. Het debat over deze regels moet worden bevorderd. Hierbij moeten alle groepen in de samenleving betrokken moeten worden.
2. handhaving en het bestrijden van respectloos gedrag. Respect voor politie, ambulancepersoneel, buschauffeurs en andere mensen die publieke functies vervullen dient vanzelfsprekend te zijn.
3. het instellen van een jaarlijkse Gouda-Award voor het meest opvallende initiatief van burgers gericht op opbouw van de samenleving.
4. het stimuleren van verantwoordelijk burgerschap. Burgerinitiatieven, zoals buurtpreventie en Keurmerk Veilig Wonen, worden gestimuleerd en waar mogelijk (financieel) ondersteund. Het CDA ziet Burgernet als een goed instrument om burgers in staat te stellen zelf een bijdrage te leveren aan een veilige woonomgeving. Bruikbare initiatieven, zoals het zelf onderhouden van openbaar groen, worden actief uitgedragen;
5. doorontwikkeling van het vrijwilligerssteunpunt (informatiepunt Zorg en Welzijn) met name ten behoeve van mantelzorgers.
Thema 3: Meedoen waar mogelijk, zorg waar nodig
Ieder mens verdient het om mee te kunnen doen in de maatschappij. De uitgangspunten gerechtigheid en solidariteit doen ook een appel op ieder individu om zich in te spannen en op de samenleving om iedereen tot zijn of haar recht te laten komen. Samen leven betekent omzien naar elkaar, mensen ondersteuning bieden waar dat nodig is. Ondersteuning door de overheid zal meestal tijdelijk van aard zijn, omdat in de visie van het CDA het beleid vooral gericht moet zijn op herstel van eigen verantwoordelijkheid. Dit neemt niet weg dat er ook mensen zijn die langdurig op ondersteuning en hulp door de overheid zijn aangewezen. Gemeenten hebben daarbij, afhankelijk van wet- en regelgeving, een bijzondere dan wel aanvullende taak.
Meedoen kan volgens het CDA op verschillende manieren: betaald werk, scholing, mantelzorg, vrijwilligerswerk, als actieve wijkbewoner of door simpelweg naar elkaar om te zien en te weten wie er naast je woont. Om mee te kunnen doen is de gezondheid van mensen van levensbelang. Veel van het gezondheidsbeleid wordt nationaal geregeld. Gemeenten heb ben een taak als het gaat om de openbare gezondheidszorg uitgevoerd door de GGD. Ook hebben de gemeente en de GGD taken op het gebied van het voorkomen van en optreden bij epidemieën, crises en rampen met risico’s voor de volksgezondheid.
Werk en scholing
Het CDA vindt betaald werk de beste vorm van sociale zekerheid en wil mensen, die in loondienst of als zelfstandige werken ondersteunen waar nodig en waar mogelijk. In het licht van de economische recessie beseft het CDA dat het voor mensen moeilijker is hun werk te behouden en voor mensen met een uitkering is het moeilijker een baan te vinden. Om- of bijscholing, werkervaringsplaatsen of vrijwilligerswerk zijn manieren om mensen toch mee te laten doen. Het CDA zet zich in voor een duurzaam behoud van werk en uitstroom uit de uitkering naar duurzaam werk.
Het CDA kiest voor:
1. om- of bijscholing of het behalen van startkwalificaties om mensen beter op de arbeidsmarkt te positioneren en werk te kunnen behouden of te kunnen krijgen. Voor de mensen met de laagste inkomens, die dat niet zelf kunnen betalen, zijn er financieringsmogelijkheden;
2. het op elkaar afstemmen van de vraag en aanbod. Alle partijen werken intensief en vraaggericht samen;
3. het inzetten van loonkostensubsidies voor langdurig werkzoekenden zodat werkgevers gestimuleerd worden om deze mensen in dienst te nemen. De gemeente zorgt ook voor een duidelijke voorlichting aan werkgevers over de voorwaarden waaronder de loonkostensubsidie kan worden verstrekt;
4. bijstandsmoeders met jonge kinderen worden ondersteund bij het combineren van opvang en werk. Parttime werk biedt de mogelijkheid hier invulling aan te geven;
5. het terugbrengen met 50% van het aantal mensen die moeilijk bemiddelbaar zijn. Deze mensen moeten gereactiveerd worden naar werk of vrijwilligerswerk.
6. het afsluiten van een no-risk polis afsluit waardoor tijdelijk het risico van ziekte bij langdurig werkzoekenden kan worden weggenomen. Hiermee wordt een belemmering tot de arbeidsmarkt weggenomen;
7. een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De gemeente moet ook in slechtere economische tijden partners stimuleren, de ondernemers stellen bedrijfsruimte, tijd, werk en praktijkbegeleiding ter beschikking en het onderwijs levert de kennis, vergelijkbaar met wat we vroeger de ambachtsschool noemden;
8. dat de actieve inzet van de gemeente op het voorkomen van jeugdwerkloosheid onverminderd voortgezet moet worden;
9. het reduceren van schooluitval met 50% ten opzichte van 2010. Jongeren mogen de school niet verlaten zonder startkwalificatie en blijven in beeld tot ze deelnemen aan de maatschappij door werk;
10. integrale benadering van de Wmo, Wwb en Wsw. Op basis van de Wmo krijgen mensen die dat willen de mogelijkheid van vrijwilligerswerk en activerende ondersteuning aangeboden. Als mensen verdere stappen wensen op het gebied van arbeid en zinvolle dagbesteding kan dat onder andere op basis van de Wwb en Wsw.
Vrijwilligerswerk
De Goudse samenleving kan niet zonder de inzet van vrijwilligers. Het CDA ziet vrijwilligers als de spil van de samenleving. Bijvoorbeeld kerken, moskeeën sportverenigingen, buurtcentra en scouting draaien op vrijwilligers en zijn van vitaal belang voor de stad. Tegelijkertijd is het soms voor organisaties moeilijk om vrijwilligers te vinden. Het vrijwilligerswerk door jong en oud moet zichtbaar en laagdrempelig worden. Het CDA waardeert de inzet en betrokkenheid van de vele vrijwilligers in de stad. De gemeente moet de inzet van vrijwilligers toejuichen en waar nodig ondersteunen.
Het CDA kiest voor:
1. het verstrekken van informatie en het organiseren van informatiebijeenkomsten voor vrijwilligers door de gemeente;
2. het ontwikkelen van een regeling waarbij non-profitorganisaties onder voorwaarden aanspraak kunnen maken op een budget voor scholing en ondersteuning van hun vrijwilligers.
3. het stimuleren van gezamenlijke scholing van vrijwilligers van allerlei organisaties. Hierdoor kan kruisbestuiving tussen de vrijwilligers van verschillende organisatie plaatsvinden;
4. vergoeden en regelen door de gemeente van de verklaring omtrent gedrag omtrent gedrag van de vrijwilligers (voor zover dit voor deze verenigingen relevant is).
Maatschappelijk middenveld en Wijkaanpak
Er zijn vele maatschappelijk organisaties in Gouda die alle op het gebied van zorg en welzijn actief zijn. Daarbij denken we aan kerken, scouting, voedselbanken en sportverenigingen. Deze instelling dragen er allemaal aan bij dat mensen (jong en oud) kunnen participeren of worden ondersteund bij hun zorg en welzijnsbehoefte. Hun inzet draagt bij aan de leefbaarheid en de onderlinge betrokkenheid in de Goudse samenleving. Het CDA ziet deze organisaties als onmisbare schakel in samenleving.
Wijkteams vormen als spin in het web van bewoners, gemeente en andere maatschappelijk organisaties bij uitstek het platform wat ervoor kan zorgen dat gemeentelijk beleid aansluit bij wat er leeft in de wijk. Na een periode van visieontwikkeling en het opstellen van actiepunten komt het nu aan op uitvoering.
Het CDA kiest voor:
1. maatwerk in de wijkaanpak. Wijkteams hebben keuzevrijheid bij het inzetten van hun ondersteuningsbudget;
2. beheer en de inrichting van de wijk in samenspraak met bewoners en wijkteams. Alle partners in de wijkaanpak bevorderen de sociale samenhang en een veilige leefomgeving voor de wijk. Actieve betrokkenheid van die partners, waaronder ook welzijnswerk, de corporaties en de politie, is wezenlijk;
3. doorontwikkeling van collectieve vormen van wijkbeheer (groenbeheer, tot stand brengen en beheer van speelplekken) onder andere in samenwerking met de woningcorporaties en verenigingen van eigenaren;
4. het vormgeven van multifunctionele centra in samenspraak met wijkteams en bewoners. Binnen de algemene kaders is het uitgangspunt de behoefte van bewoners;
5. vraaggericht en doelmatig welzijnswerk. Het welzijnswerk moet recht doen aan de pluriformiteit in de stad;
6. een jaarlijkse beoordeling van prestatieafspraken van externe partijen in het welzijnswerk.
7. handhaven van 3-euro budget
8. kiest voor bespreken van de inzet van de wijkagent met de buurt.
Integratie en inburgering: iedereen doet mee
Integratie is van essentieel belang voor de toekomst van Gouda. Het gaat dan om de kunst om met al die verschillende nationaliteiten in de stad allemaal Gouwenaar te zijn, die respectvol en op basis van dezelfde waarden met elkaar omgaan. Het gaat om Gouds burgerschap. Gouds burgerschap is verantwoordelijkheid nemen voor Gouda. Meedoen door het spreken van de Nederlandse taal, door werk, scholing of vrijwilligerswerk en verenigingsleven is essentieel. Doel van de inburgering moet zijn dat elke Goudse burger de Nederlandse taal leert en actief gebruikt
Volgens het CDA gaat het bij integratie om goede, consequente en strikte rechtshandhaving, zodat iedereen weet wat de regels zijn. En bij integratie gaat het bovendien om goed onderwijs, zodat iedereen de taal spreekt en toegerust is voor de arbeidsmarkt. Goed huisvestingsbeleid is de derde peiler van ons integratiebeleid.
Een goed inburgeringprogramma draagt aan dit alles bij. Essentieel is een kwalitatief goed aanbod van inburgeringsprogramma’s. Doel van de inburgering moet zijn dat elke de Nederlandse taal leert spreken. Beheersing van de taal is onmisbaar om mee te doen en om goed in de maatschappij te kunnen functioneren. Daarnaast zorgt inburgering dat migranten wordt aangeleerd hoe ze zich in Nederland moeten opstellen; wat de algemeen geldende normen en waarden zijn (burgerschap). Het CDA vindt dat iedereen die onder de doelgroep valt verplicht is in te burgeren. De beste manier van integratie is immers het hebben van een baan. Ook bevordert deelname aan sportactiviteiten de integratie: het is een goede manier om elkaar beter te leren kennen.
Het CDA kiest voor:
1. aanpassing van het inburgeringsbeleid in Gouda. Essentie is dat inburgering niet meer vrijwillig is;
2. het spreken van de Nederlandse taal als belangrijk onderdeel van een goed inburgeringsprogramma;
3. bevorderen van sportactiviteiten of deelname aan verenigingsleven in het kader van inburgeringsprogramma’s;
4. betrekken van goede huisvesting bij het inburgeringsbeleid.
Zorg waar nodig
Gouda beschikt als middelgrote stad over een opvallend uitgebreid en compleet aanbod aan zorgverleners. Het CDA wil zich tot het uiterste inspannen om alle medische kernfuncties (inclusief een ziekenhuis) voor onze stad te behouden.
Het CDA kiest voor:
1. behoud van het Groene Hart Ziekenhuis voor Gouda en omgeving; De gemeente moet zorgen voor de juiste vestigingsrandvoorwaarden zodat handhaving van deze medische voorziening binnen de stadsgrenzen mogelijk blijft;
2. voortzetting van het werk van de professioneel ouderenadviseur en juicht de inzet van vrijwillige ouderenadviseurs toe. Het CDA wil dat de ouderenadviseur spreekuur houdt, onder andere in verzorgingstehuizen om de laagdrempeligheid te bevorderen;
3. optimale benutting van de geld terug regeling, de langdurigheidstoeslag en de bijzondere bijstand voor de mensen met de laagste inkomens, zodat zij kunnen meedoen in de maatschappij;
4. ruimte voor respijtzorg binnen de WMO: wanneer mantelzorgers tijdelijk niet de gebruikelijke zorg kunnen aanbieden door persoonlijke omstandigheden of door een vakantie moet de mogelijkheid bestaan om deze zorg tijdelijk in te kopen;
5. een preventief beleid met betrekking tot problematische schulden. De gemeente ondersteunt het aanbieden van cursussen gericht op budgetbeheer;
6. speciale aandacht voor werkende armen en meer in het bijzonder voor de kleine zelfstandigen, een groep die maar al te vaak wordt vergeten in het lokale (en landelijke) armoedebeleid;
7. het voorkomen en bestrijden van ouderenmishandeling door middel van vroegtijdige signalering door de ouderenadviseur, mantelzorgers en andere intermediairs;
8. voortvarende aanpak van de vereenzaming en verwaarlozing van 75+ ers en mensen die nu gebruik maken van sociale dagopvang via de AWBZ; Hierbij valt te denken aan een inloopmogelijkheid waar ouderen elkaar kunnen ontmoeten en georganiseerd museumbezoek.
9. uitbreiding van het Informatiepunt Zorg en Welzijn met de kennis en kunde van Ggz en MEE.
Jeugd
De jeugd verdient bijzondere aandacht. Investeren in de toekomst betekent voor het CDA invulling geven aan het rentmeesterschap. Kinderen en jongeren moeten letterlijk en figuurlijk de ruimte krijgen op te groeien in Gouda. Ouders zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor de opvoeding.
Het CDA kiest voor:
1. daar waar nodig ouders ondersteuning bieden bij de opvoeding van hun kinderen.
2. een goede samenwerking tussen jeugdgezondheidszorg, jeugdbescherming, jeugdbeleid en jeugdzorg, zodat er geen kinderen of jongeren tussen wal en schip raken. Per probleemsituatie dient sprake te zijn van één aanpak;
3. goede huisvesting van scholen. Het investeringsplan voor de basisscholen met kracht voortzetten;
4. het dichter bij de kinderen uit de wijk brengen van de activiteiten van de Brede School. Het liefst in de eigen school en aansluitend aan de schooltijden, zodat alle kinderen kunnen deelnemen;
5. vergroten van betrokkenheid van ouders bij scholen. Scholen kunnen hulp krijgen om alle ouders actief te betrekken bij de activiteiten van de school;
6. het bevorderen dat scholen de omgeving van de scholen schoonhouden. Kinderen leren hierdoor bewust om te gaan met het milieu. Bovendien wordt de participatie van de scholen in de wijk bevorderd. Scholen krijgen hiertoe een stimuleringspremie en hulp bij het opstellen van een plan;
7. het actief betrekken van jongeren in bij de ontwikkelingen van de stad door de jeugdraad bij ontwikkelingen in te schakelen;
8. het stimuleren van deelname aan sport- spel- of culturele activiteiten door de jeugd;
Thema 4: Duurzaam Wonen en Leven
Het CDA heeft een brede opvatting over duurzaamheid. Bij duurzaamheid gaat het om groen, water en milieu, maar ook om woningbouw en verkeer binnen en rond de stad. Kortom: al het beleid om de stad ook op de lange termijn leefbaar te houden. De openbare ruimte in Gouda is schaars, maar de vraag naar ruimte is groot. Functies als verkeer, woningen, water, groen vragen elk om ruimte. Dit vraagt om een meervoudig gebruik van de ruimte.
Woningbouw moet naast het bieden van woonruimte duurzaam gebeuren en bijdragen aan een goed leefklimaat in Gouda. Ook een voldoende gevarieerd woningaanbod is van belang. CDA wil dat woningbouw en projectontwikkeling bijdraagt aan een meer divers samengesteld en kwalitatief hoogwaardiger woningbestand, zodat ook op langere termijn een aantrekkelijk woningklimaat geboden kan worden aan jong èn oud en hoge èn lage inkomens. Om de voorzieningen op peil te houden moet er voortdurend geïnvesteerd worden in de verbetering van infrastructuur en parkeren. “We willen de stad beter achterlaten dan dat we haar ontvangen hebben”.
Wonen
De stad bestaat uit mensen die samen wonen en werken.
Het CDA kiest voor:
1. actief beheer van de bestaande woningvoorraad. Nieuwbouw zo programmeren dat het de doorstroming bevordert. De bouw van Westergouwe speelt bij het op gang brengen van deze doorstroming een belangrijke rol;
2. een duidelijke raming en tussenrapportage bij de bouw van Westergouwe om de kosten die bij dit project gemaakt worden in beeld te houden;
3. een actieve rol van burgers in de communicatie over eigen bouwplannen: de gemeente eist van de burger, die wil verbouwen, dat die de omwonenden actief benadert en van de plannen op de hoogte stelt;
4. het bevorderen van de verkoop van huurwoningen door de corporaties mits dit is gekoppeld aan een investeringsprogramma in nieuwe huurwoningen elders in de stad;
5. toegang van starters op de woningmarkt tot de bestaande, voor hen bedoelde woningvoorraad. Bij het toewijzen van woningen het scheefwonen bestrijden;
6. levensloopbestendig bouwen;
7. het stimuleren van initiatieven voor de bouw van speciale woonzorg concepten; dergelijke plannen krijgen voorrang bij de opvulling van nog beschikbare of vrijkomende terreinen in de bestaande stad;
8. de totstandkoming van energie neutrale woonwijken. Westergouwe moet zo duurzaam mogelijk gebouwd worden.
9. het stimuleren van de projecten van de rijksoverheid om de energieprestatie van de bestaande woningvoorraad te verbeteren, bijvoorbeeld door informatievoorziening
10. het realiseren van 10 speelplekken per jaar in overleg met bewoners en wijk. De invulling van deze ambitie dient te gebeuren op basis van maatwerk: wanneer in overleg met bewoners blijkt dat de voorkeur uitgaat naar meerdere kleine speelplekken, dan heeft dat de voorkeur;
11. handhaven van hoogwaardig groen in de stad. Het CDA wil bovendien zoeken naar slimme oplossingen zoals waterpartijen of groen op de daken.
Bereikbaarheid en mobiliteit
Wegverkeersinfrastructuur. Het CDA realiseert zich dat onderstaande plannen een lange doorloop tijd hebben en grote investeringen vragen. Daarom dienen deze werkzaamheden in een uitvoeringsprogramma met een tijdshorizon van 20 jaar te worden opgenomen.
Het CDA kiest voor:
1. structurele verbetering van de verkeersinfrastructuur. De binnenstad, maar ook de wijken ten opzichte van elkaar, zijn slecht bereikbaar. De aanleg van de Zuidwestelijke Randweg is een eerste belangrijke stap in verbetering;
2. het aanleggen van de infrastructuur gelijk te laten lopen met het bouwen van Westergouwe;
3. Op de langere termijn dient vooral de doorstroming van de Noordelijke rondweg Goverwellesingel, Goudse Houtsingel, Burgemeester van Reenensingel te worden verbeterd door:
? Nieuwe verkeerslichten waardoor een groene golf wordt gerealiseerd tussen de Goudse Poort en de Provincialeweg West (N228).
? Verbeteren van de doorstroming op de route Van Reenensingel waarbij zowel het langzaam verkeer tussen Bloemendaal en de stad als de doorstroming op de van Reenensingel wordt verbeterd. Bij voorkeur wordt een ongelijkvloerse kruising ter hoogte van de Bloemendaalseweg gerealiseerd waarbij het langzaam verkeer op maaiveld blijft. Spoortunnel burgemeester Mijssingel, route naar Zuidelijke randweg;
Parkeren
Burgers moeten kunnen kiezen uit een mix van (duurder) betaald parkeren voor meer comfort (plaatsgarantie, kortere loopafstanden) en goedkopere/onbetaalde parkeerplaatsen met geen of minder comfort. Hogere parkeertarieven zijn alleen acceptabel als er meer comfort wordt aangeboden en er daarnaast goedkopere alternatieven aanwezig zijn. Het CDA beseft dat er in de wijken een spanningsveld is tussen groen en parkeerplekken. Onder andere in overleg met wijkteams en bewoners wil het CDA maatwerkoplossingen creëren.
Het CDA kiest voor:
1. verbetering van het parkeer verwijssysteem zodat het voor burgers en bezoekers duidelijk is waar parkeerplaatsen beschikbaar zijn maar ook waar parkeren gratis is en waar er voor parkeren betaald dient te worden;
2. realisatie van minimaal 300 parkeerplaatsen voor de binnenstad boven het huidige aantal in de vorm van gebouwde bovengrondse parkeervoorziening. Locaties zijn o.a. omgeving Schouwburg en Klein Amerika en aan de Krimpenerwaardzijde van de stad. In de bestaande woonwijken wordt in overleg met de bewoners bezien of het invoeren van vergunningen voor parkeren een optie is om overlast tegen te gaan;
3. ondersteuning van initiatieven van marktpartijen voor het realiseren van gebouwde parkeervoorzieningen/extra maaiveld parkeren in de wijken;
4. een parkeerterrein aan de rand van stad met daarbij een goedkope shuttle verbinding naar de binnenstad;
5. investering in parkeervoorzieningen en het uitbesteden van de exploitatie aan een gespecialiseerd parkeerbedrijf. Alle (ook de al bestaande) opbrengsten voor parkeren worden gebruikt om de kosten van parkeren te dekken;
6. dubbel gebruik van parkeerplekken voor vrachtwagens: overdag kunnen touringcars parkeren en ’s avonds de vrachtwagens;
7. tijdelijk gebruik als parkeerveld van braakliggende bouwterreinen aan de rand van de binnenstad;
8. het stimuleren van bedrijven hun parkeerplekken buiten openingstijden beschikbaar te stellen;
9. meer geavanceerde systemen van verkeerslichten, bijvoorbeeld met wachttijdvoorspellers. De toepassing van deze modernere technieken moet overwogen worden wanneer bestaande systemen aan vervanging toe zijn.
Openbaar vervoer en fietsen
Gebruik van openbaar vervoer of fietsen is goed voor het milieu, beperkt de behoefte aan parkeerplaatsen en geeft burgers zonder auto de mogelijkheid gebruik te maken van de voorzieningen in de stad. Bovendien blijkt de fiets veruit de snelste manier voor verplaatsing binnen Gouda te zijn.
Het CDA kiest voor:
1. aansluiting op openbaar vervoer bij nieuwe ruimtelijke en economische ontwikkelingen;
2. bereikbaarheid via openbaar vervoer van belangrijke voorzieningen (bejaardentehuizen, scholen, winkelcentra e.d.);
3. het minimaal in stand houden van het huidige net van busverbindingen, waarbij gebruik kan worden gemaakt van kleinere bussen, die minder milieubelastend zijn;
4. de terugkeer van Gouda in de top 10 van fietsvriendelijke steden;
5. een goede fietsinfrastructuur, investeren in veiligheid voor fietsers en in aantal en kwaliteit van fietsenstallingen;
6. het verbeteren van het onderhoud en de verlichting van fietspaden;
7. de realisatie van voldoende fietsparkeercapaciteit rond knooppunten van openbaarvervoer en winkelconcentraties;
8. ter bevordering van fiets en wandelrecreatie goed toegankelijke openbare toiletten;
9. erop toezien dat ProRail binnen vier jaar de roltrappen in het NS-station Gouda Centraal realiseert.
Water, groen en milieu
Het leefklimaat van de stad komt vooral tot uiting door de kwaliteit van het aanwezige groen en het water. Het tegengaan van wateroverlast is hierbij een speerpunt. Oppervlaktewater is niet alleen noodzakelijk om droge voeten te houden maar kan ook als ruimtelijke kwaliteit worden ingezet. Gezien de verwachte klimaatwijzigingen dient de omslag naar een duurzame op termijn energie neutrale stad krachtig te worden ondersteund. Groen in de woonomgeving is zeer bepalend voor het woongenot en welzijn van mensen. Het CDA is trots op de goede plek van Gouda op de ranglijst van gemeenten die de duurzaamheidsmeter hebben ingevuld. Deze notering is mede te danken aan duurzaamheidsbeleid in overheidsgebouwen.
Het CDA kiest voor:
1. het realiseren van voldoende water(berging) en afvoer in vooral het oudere binnenstedelijk gebied van Gouda. Dit vraagt forse investeringen. Het wegwerken van de achterstand bij het rioleringsonderhoud is naast een milieunoodzaak ook belangrijk voor het tegen gaan van wateroverlast. Het CDA wil dat hieraan prioriteit gegeven wordt ten opzichte van andere investeringen. Bij nieuwbouwplannen dient de ontwikkelende partij te voldoen aan deze normen;
2. het ‘vasthouden’ aan: een ontkoppeling van regenwater en riool, wat gevolgen heeft voor bodemgebruik en grondwaterstand. Het gaat hierbij niet alleen om een technische discussie, maar ook om een aspect van stedenbouw. De kwaliteit van de bebouwde omgeving kan toenemen als water daarvan deel uitmaakt;
3. ruimte voor water. De gemeente geeft bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen prioriteit aan water;
4. voor elke boom die verdwijnt, komt een nieuwe boom terug. De bomenbalans blijft onderdeel uitmaken van de gemeentebegroting en de projectbegrotingen. De uitbreiding van natuurlijke oevers wordt met kracht voortgezet;
5. een schone leefomgeving. Graffiti, zwerfvuil en hondenpoep vergen een lik op stuk aanpak: beboeten én snel en periodiek reinigen. Hierbij horen bijvoorbeeld ook de geluidsschermen langs het spoor;
6. schone grachten, waardoor deze aantrekkelijk zijn voor o.a. kanovaarders;
7. het deels oormerken van de hondenbelasting voor de aanschaf van een poepzuigmachine. Het CDA wil bovendien meer prullenbakken voor hondenpoep;
8. het zo doeltreffend en kostenefficiënt mogelijk beheren en onderhouden van de weginfrastructuur. Daarbij is het wenselijk dat technologische kennis gedeeld wordt tussen de buurgemeenten die ook met de zakkingsproblematiek te maken hebben;
9. het plaatsten van duurzame energie apparatuur in de gebouwde omgeving. Zij past het ruimtelijke en welstandsbeleid hierop aan. Vergunningaanvragen van burgers en ondernemers voor het plaatsen van zonnecollectoren worden positief tegemoet getreden;
10. inventarisatie van alle openbare gebouwen of deze geschikt zijn voor het plaatsen van zonnecollectoren en/of het plaatsen van grasdaken. Zoveel mogelijk ter compensatie van CO2 uitstoot te bekostigen door bedrijven. Op basis van deze inventarisatie wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld;
11. investering in zuinige schakelbare openbare straatverlichting. Bij het opstellen van verlichtingsplannen moet ook het gebruik van zonnecollectoren overwogen worden;
12. een milieubeleid dat transparant en consequent wordt gehandhaafd.
Thema 5. CDA Solide en Betrouwbaar
De kwaliteit van het bestuur wordt in belangrijke mate bepaald door de kwaliteit van de bestuurders. CDA-bestuurders moeten integer zijn bij de behartiging van de publieke belangen, moeten in het openbaar verantwoording afleggen voor hun handelen, moeten betrouwbaar zijn (afspraak is afspraak) en moeten door hun bestuursstijl gezag verwerven.
De stad Gouda en al haar inwoners verdienen een stabiel en betrouwbaar bestuur. Voorkomen moet worden dat toekomstige generaties worden geconfronteerd met de lasten die in de komende periode worden veroorzaakt. In de komende vier jaar zal er door de economische crisis geen geld beschikbaar zijn voor het ontwikkelen van nieuwe grote projecten. De uitkeringen van het rijk zullen minder worden, waardoor ook Gouda minder geld binnenkrijgt. Bovendien is het weerstandsvermogen van de gemeente naar de mening van het CDA te laag. Het CDA is van mening dat vooral aandacht nodig is voor het onderhouden van datgene wat we in de stad hebben. Bij eventuele nieuwe projectontwikkeling geldt als stelregel dat deze pas doorgaan als verzekerd is dat deze projecten zichzelf financieren.
Het CDA is een betrouwbare partner in het besturen van de stad. Voor het CDA geldt dat een afspraak ook een afspraak is. De burger moet erop kunnen vertrouwen op dat de gemeente nakomt wat is overeengekomen. Vandaar dat burgers te allen tijden servicegericht benaderd worden. Klachten en bezwaren moeten met een openhouding worden behandeld. Niet het ‘dossier’, maar de mens moet leidend zijn en aandacht krijgen. Het is goed dat de bezwaarschriftencommissie kiest voor de meer persoonlijke en op mediation gerichte aanpak, waarbij altijd (telefonisch) contact wordt opgenomen met degene die bezwaar heeft ingediend om de achterliggende motieven te vernemen.
De CDA-bestuurder is iemand die zorgvuldig met de middelen omgaat. Voor de financiën betekent dit dat er zuinig met geld wordt omgegaan. Hierbij kiest het CDA voor een strakke begrotingsdiscipline. Wanneer een budget voor een project is afgesproken, kan deze naar de mening van het CDA slechts worden verhoogd, wanneer er uitzonderlijke externe gebeurtenissen hiertoe aanleiding geven. Het CDA zal dan ook pas haar goedkeuring verlenen wanneer het gemeentebestuur de noodzaak nadrukkelijk heeft onderbouwd.
Het CDA kiest voor:
1. een gemeentelijke organisatie die aantoonbaar werkt aan continue verbetering van de dienstverlening en de kwaliteit van de organisatie. Op- en aanmerkingen en klachten van zowel burgers als medewerkers, worden niet alleen serieus afgehandeld maar ook voorzien van een oorzaak analyse en een verbetervoorstel. De gemeente rapporteert daarover.
2. een heldere en toegankelijke begroting en verantwoording van de gemeente naar haar burgers. In het (burger)jaarverslag worden de voornemens tegenover de resultaten geplaatst;
3. dat tegenvallers in de begroting worden gecompenseerd op de onderhavige beleidsterreinen. Bij het zoeken naar eventuele bezuinigingen wordt geen enkel beleidsterrein uitgesloten. Onze ambities op het gebied van “veiligheid” en “zorg waar nodig” mogen in ieder geval niet in het gedrang komen”;
4. het toevoegen aan het weerstandsvermogen van meevallers in de begroting;
5. het inzetten van de lokale Rekenkamer bij onderzoeken waarbij de Raad wordt ondersteund in het uitvoeren haar taken, als gevolg van het in 2002 ingevoerde dualisme tussen Raad en Bestuur. Te denken hierbij valt aan de invulling van de bevoegdheden die de raad bezit ten opzichte van het Bestuur. Daarnaast zal de Rekenkamer worden ingezet bij de beoordeling van de doelbereiking door het Bestuur en de efficiënte inzet van de middelen (waaronder de organisatie) om deze doelen te bereiken. De kaderstellende en controlerende functie van de Raad wordt hiermee nog eens extra benadrukt; controle op de rechtmatigheid en van de financiële verantwoording van de gemeente vindt plaats door de externe accountant.
6. het zoveel mogelijk voorkomen van inhuur van medewerkers. Inhuur van externe kennis en expertise mag alleen op tijdelijke (of project-) basis en moet in elk individueel geval te rechtvaardigen zijn;
7. een beperking van de stijging van het tarief voor de Onroerend Zaak Belasting tot maximaal de algemene prijsstijging;
8. kostendekkende gemeentelijke heffingen, rechten en leges. Hiervan kan worden afgeweken indien de gemeente bepaalde maatschappelijke initiatieven wil stimuleren;
9. een solidair kwijtscheldingsbeleid ten aanzien van gemeentelijke belastingen en heffingen. Rechtsgelijkheid en rechtszekerheid wordt hierbij gewaarborgd;
10. het actief naar ander werk begeleiden van ambtenaren en bestuurders die wachtgeld ontvangen, zodat de wachtgelduitkering zoveel mogelijk wordt beperkt;
11. toezien door de gemeente op de hoogte van de salarissen en het verstrekken van bonussen aan werknemers en bestuurders van organisaties waarover de gemeente geheel of ten dele zeggenschap heeft. De hoogte zal worden getoetst aan de wettelijke normen en de op dat moment in de maatschappij levende opvattingen;
12. benoeming door de gemeente van een onafhankelijk lid van de Raad van Toezicht of een gelijkwaardig orgaan, wanneer de deelneming groter is dan 35%. Hierbij wordt in acht genomen dat persoonlijke belangen en publieke belangen niet vermengd worden;
13. het zichtbaar voeren van risicomanagement door de gemeente, die hierover verantwoording aflegt. Risicomanagement is gericht op het inzichtelijk krijgen van de mogelijke gebeurtenissen, die het bereiken van de doelstellingen van de gemeente, kunnen bedreigen. Dit ligt o.a. op het beheren van liggende gelden en het realiseren van (grote) projecten met een belangrijke impact op de stad, zoals Westergouwe en het ontwikkelen van Spoorzone. Risicomanagement is een belangrijk instrument om tot gedegen en solide beleid te ontwikkelen en uit te voeren. Het geeft de mogelijkheid excessen te voorkomen en te bestrijden. Minimaal moet de gemeente voldoen aan de eisen ten aanzien van risicomanagement die worden gesteld in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) 2004.
14. het beperkt accepteren van tariefsverhogingen voor dienstverlening door verzelfstandigde diensten. De gemeente heeft veel uitvoerende taken verzelfstandigd. Het gevolg hiervan is dat de uitvoerende instanties een tarief doorberekenen. De gemeente zal eventuele tariefsverhogingen alleen accepteren, wanneer daartoe de strikte noodzaak wordt aangetoond. Aan de vraagzijde zal de gemeente slechts vragen wat strikt noodzakelijk is.
Bestuurlijke herindeling en samenwerking
Er is de laatste jaren veel discussie over gemeentelijke samenwerking en herindeling of fusies op gemeentelijk niveau. Het CDA hecht aan voor burgers herkenbare besturen, dicht bij burgers. Tegelijk staat het CDA voor krachtig, betrouwbaar en stabiel bestuur. Discussies over Gouda in relatie tot andere gemeentes en de positie van Gouda in de regio moeten in dat licht bezien worden.
Het CDA kiest daarom voor:
1. het werken aan een herkenbare gemeente die dicht bij de burgers staat en onderdeel uitmaakt van het mooie Groene Hart. Samen met andere gemeenten werken we aan de opbouw van het Groene Hart als het gebied waar natuur en landbouw nog een kans krijgen in de drukke Randstad. Het CDA maakt daarom heldere keuzes:
a. Investeren in het Groene Hart.
b. Voorkomen van een lappendeken van bestuurlijke regio’s
c. Aanvaardbare bestuurlijke regio’s die effectief werken en heldere identiteit hebben;
2. het met behoud van de eigen identiteit samenwerken met de andere gemeenten in het Groene Hart aan leefbare kernen in een vitale regio. Op die manier kan het niveau van dienstverlening en voorzieningen op peil blijven. De wensen van burgers en bedrijven staan daarbij voor het CDA voorop. Een belangrijke voorwaarde voor de samenwerking is dat het voordeel zichtbaar moet zijn en dat de samenwerking tot slagkracht en niet tot stroperigheid leidt;
3. samenwerking met andere gemeenten alleen wanneer de dienstverlening aan burgers daardoor efficiënter en effectiever wordt.
Meer informatie: www.cdagouda.nl